Nec temere, Nec timide
Delfsail 2009, voor de vijfde keer georganiseerd, maar de eerste keer dat wij het meemaken. Allemaal toeval als je daar in gelooft tenminste. Jelke is sinds anderhalve week leerling van de Leonardoschool Delfzijl en dat zal ‘ie zich herinneren. CBS De Zaaier waar de Leonardoschool onderdeel van is doet volop mee aan het evenement dat letterlijk bol staat van de muzikale – en andere activiteiten. Het aantal nationaliteiten dat acte de prxe9sence geeft is niet op de vingers van twee handen te tellen. Het geeft het evenement een allure die de gemiddelde gemeente met dertigduizend inwoners, vele malen overstijgt. Het doet ons denken aan de World Expo in Brisbane (Australie) van 1988, ook heel indrukwekkend maar daar was het ongeveer half zo druk. Van de economische crisis is dan ook weinig te merken in Delfzijl. Delfsail is feest! Schitterende boten uit vele landen van de wereld: Brazilixeb, Polen, Uruguay, Nederland, Rusland, Noorwegen, Duitsland om er maar een paar te noemen. Omdat het houden van een optocht, in goed Gronings "streetparade" geheten, traditie is tijdens Delfsail, mogen de scholen meedoen aan dit festijn. In de "parade" tonen ook de bemanningen van de schepen zich van hun beste of vrolijkste kant en soms beide tegelijk. De Oosteuropeanen ogen zelfs met dit schitterende weer melancholiek. Als de speaker een van de mannen een microfoon voorhoudt en hem in de mond legt dat Delfsail toch wel zijn favoriete uitstapje zou moeten zijn zo eens in de zoveel jaar, blijkt de man sprakeloos. We zullen het nooit weten. Maar wij weten het wel: de boten, de sfeer, de optocht, het reuzenrad, het concert van de IVAK-brassband, het is allemaal even mooi. Jelke heeft het er moeilijk mee. Ze moeten zich al om drie uur melden en de optocht begint pas om twintig voor vijf. Dat is natuurlijk afzien, maar de klas volbrengt de kilometers lange wandeltocht zonder mankeren.
De meesters en juffen die uitzonderlijk fraai zijn uitgedost, sommigen zelfs in warme eeuwenoude piratenkledij, houden de moed er in bij hun pupillen. De doedelzakspeler die met de kinderen van De Zaaier meeloopt, blijkt gedurende de hele tocht genoeg lucht in de zak te kunnen blazen voor een non-stop muziekwerk met een partituur van minstens vijf kilometer, chapeau! Aan het einde van het traject, op de grasmat van de Eemsboys, wachten we het geheel op. Het venijn zit gewoonlijk in de staart, maar deze keer is het tegendeel het geval. We worden getrakteerd op een paar prachtige dames in uitbundige uitdossingen waarnaar de vijftigjarige schrijver dezes, met genoegen nog wat langer had gekeken. Maar we berusten er in dat ook aan een lange streetparade een keer een eind komt. Jelke vindt het fantastisch om mee te maken allemaal, maar is na afloop wel tien minuten uitgeteld: "Ik heb het zwaar gehad!" Als we de thuisreis ter sprake brengen is Leiden in last. We moeten en zullen terug naar het centrum. Patat en frikandel worden door een storing in het Belgische frituurvet, een oer-Hollandse Unox-hotdog, poffertjes en oliebollen. Vetlekker! Ondanks de drukte begeven we ons "Noch roekeloos, Noch vreesachtig", edoch moe en voldaan op weg naar huis. Meer foto’s.
